Schoolplein bovenbouw

Onderwijs

Hoe ziet het praktijkonderwijs eruit?
Het praktijkonderwijs is gericht op de leerling. Dat wil zeggen dat in de eerste twee jaren de mogelijkheden en wensen van leerlingen centraal staan. Gedurende het schooljaar willen wij een kwaliteitsimpuls geven aan het leren door te starten met gestructureerde leerlijnen en leerdoelen. Dit zal met name gericht zijn op rekenen en taal.
Vanaf het derde jaar gaan de leerlingen zich oriënteren op één van de 5 richtingen waarin ze zich het vierde en vijfde leerjaar  verder in willen specialiseren; zorg/welzijn, techniek, economie/handel, horeca, groen en algemeen. In het derde leerjaar worden bedrijfsexcursies en trainingsstages voor de leerlingen georganiseerd. Dit alles met als doel dat een leerling zicht krijgt op eigen mogelijkheden, wensen en aanbod van stage/werk. De leerling volgt zoveel mogelijk een programma dat is afgestemd op de eigen mogelijkheden.

Onderwijs op Maat: activerend leren
Het Waterland wil leerlingen voorbereiden op werken, wonen, vrijetijdsbesteding en actief burgerschap. Op diverse manieren worden leerlingen betrokken bij wat zich op school afspeelt. Ook bij het leerproces willen we de leerlingen betrekken. Er vinden coachgesprekken plaats en leerlingen maken een eigen leerplan onder begeleiding van hun coach. De ouders worden in dit proces nadrukkelijk betrokken.

Leren door doen
Leerlingen van Het Waterland leren meestal graag in de praktijk; dit kan door praktijkvakken op school maar ook door stages; zowel de interne stage binnen school, als de externe stage bij een bedrijf. Leerlingen hebben natuurlijk ook een basis nodig, waarin de benodigde theorie gekoppeld wordt aan en ondersteunend is voor de praktijk. Voor de basisvorming in het praktijkonderwijs zijn vijf leerlijnen ontwikkeld. De leerlijnen zijn: Rekenen/wiskunde; Nederlands; Informatiekunde; Maatschappelijke en culturele oriëntatie; Praktijk en loopbaan.

 

Leerjaar 1-2

Het eerste en tweede leerjaar bieden een vervolg op de leervakken vanuit de voorgaande school.
Het eerste jaar staat in het licht van leren, ontdekken, en doen. De vakken worden ondergebracht in vijf leergebieden:
·         mens en communicatie;
·         mens en maatschappij;
·         mens, bewegen en gezondheid;
·         mens, kunst en cultuur;
·         mens, natuur en techniek

In het tweede leerjaar wordt een start gemaakt met de voorbereiding op de interne stage.  
 
Het kan zijn dat leerlingen in het eerste leerjaar extra leerstof aangeboden krijgen.
Dit geldt voor leerlingen waarbij bij intake op Het Waterland gedacht wordt dat doorgroei naar het VMBO/De Delta op termijn tot een mogelijkeheid kan behoren.
Leerlingen volgen dan in het eerste leerjaar het reguliere programma (theorielessen en praktijklessen), maar in de therorielessen wordt lesstof aangeboden op VMBO-niveau. Ook krijgen de leerlingen een aantal uur in de week les van docenten van De Delta. Dit is de bovenschoolse voorziening van het Samenwerkingsverband waar leerlingen met een LWOO indicatie zitten. Gaandeweg het eerste jaar wordt duidelijk of de leerling na het eerste leerjaar een overstap naar de Delta (of een VMBO school) kan maken. Dit in goed overleg met zowel de leerling, ouders, orthopedagogen en De Delta.

 

Leerjaar 3-4-5

Het derde leerjaar staat in het teken van het kiezen van een richting. Aan het eind van het schooljaar kiezen de leerlingen een richting, waar ze in het vierde en vijfde leerjaar zich verder in gaan ontwikkelen. In het derde leerjaar kunnen de leerlingen zich verdiepen in 2 richtingten. Uiteindelijk maken ze een keuze aan het eind van het derde leerjaar. Ter oriëntatie volgen de leerlingen trainingsstages en bedrijfsexcursies. Dit om zoveel mogelijk in aanraking te komen met verschillende bedrijven en bedrijfstakken. Ze krijgen hierdoor meer zicht op welke werknemersvaardigheden zij straks nodig hebben en waar hun belangstelling ligt.  In het derde leerjaar lopen de leerlingen ook hun interne stage op school.

In het vierde leerjaar gaat de leerling tenminste twee dagen per week op externe stage. De andere dagen volgt de leerling theorie- en praktijklessen op school. 
Tijdens deze stage gaat de leerling gedurende één of meer dagen per week ‘leren werken’ in een erkend leerbedrijf. De stagebegeleider van het bedrijf of de instelling en de stagedocent (coach/stagebureau) van de school verzorgen de begeleiding van de leerling.
 
Het doel van stage is:

  • kennismaken met arbeid;
  • gewenning aan arbeid;
  • bekend raken met diverse werksituaties;
  • aanleren van competenties
  • bevorderen van een geleidelijke overgang van school naar werksituaties;
  • plaatsen van de leerling in een arbeidssituatie na de schoolperiode, eventueel in combinatie met verdere scholing.


De leerling kan een vijfde leerjaar volgen als hij/zij nog gedeeltelijk leerplichtig is en/of als een leerling meer tijd nodig heeft voor de ontwikkeling van zijn arbeidsmogelijkheden. Hij/zij loopt in dat jaar een individuele leerroute. 
 
Mogelijkheden om leerlingen te plaatsen op werk, of op een combinatie van werken en leren (BBL) worden individueel bekeken. Sommige leerlingen gaan naar een vervolgopleiding, de Entreeopleiding (MBO).